Alles draaide om de waterputten

Tegenwoordig heeft elk huis water uit de kraan. Vroeger was dat wel anders: toen waren er geen waterleidingen. Verspreid door de stad stonden waterputten. Daar haalde iedereen uit de buurt zijn of haar water. Om te wassen, te koken, bier te brouwen en soms om brand te blussen. Roermond had 31 van die putten.

Schoon water is de basis van je gezondheid. Daarom had elke put zijn eigen putmeester, een bewaker. Die zorgde dat de pomp schoon bleef, en er elke dag drinkwater was. Én elke put had zijn eigen heilige, die je aanriep om je put te beschermen. Elk jaar brachten de buurtbewoners een grote kaars naar de Kapel in ’t Zand om te vragen ook het komende jaar weer voor schoon drinkwater te zorgen.

Behalve voor schoon water, zorgden de putten ook voor gezelligheid. Bij de put ontmoette je je buren, elke dag. Geen wonder dat de bewonersverenigingen van nu soms nog steeds ‘put’ heten. Trouwens, de putmeesters hadden ook een rol in de jaarlijkse carnavalsvieringen. En hoewel er geen officiële putmeesters meer zijn sinds de invoer van de waterleiding, heeft Roermond bij het carnaval nog steeds ceremoniële putmeesters.

Ontdek méér over de historie van Roermond in het Historiehuis

Alles over de 20 locaties

";