De stad brandt!

Middeleeuwse huizen werden gebouwd uit hout en leem, vaak met rieten daken. Koken deden de inwoners op open vuur. Bliksemafleiders waren er nog lang niet. En de verlichting bestond uit kaarsen. Geen wonder dat er vaak brandjes uitbraken. Soms liepen die uit de hand: een stadsbrand legde dan grote stukken van een stad in de as. Ook Roermond bleef dat niet bespaard. Twee keer was het raak: in 1554 en 1665.

De avond vóór de brand van maandag 16 juli 1554 waren Corthans van den Sluys, Derick van Schalckwick en een herder uit Zeeland over de Roermondse stadsmuur geklommen. Ze legden uit baldadigheid op drie plekken in de stad smeulende strobundels neer. Brandstichting dus. Het was oogsttijd en het had lang niet meer geregend. De wind was sterk, en iedereen werd door de brand verrast. Tweederde van de stad brandde af, waaronder het stadhuis, een groot aantal kerken en kloosters, en vier stadstorens. Alleen het allerarmste deel van de stad bleef staan. Negen dagen later stortten door een storm ook nog vele gevels en schoorstenen in. Dertien mensen kwamen om, en het duurde jaren voordat Roermond deze klap te boven kwam.

De tweede stadsbrand was op 31 mei 1665, tijdens de jaarlijkse kermisprocessie. De hete musketkogel van een vreugdeschot landde op een rieten dak aan het Zwartbroek. De harde wind deed de rest. Ondanks de leien daken die verplicht waren bij nieuwbouw na de grote brand van 1554, verspreidde het vuur zich razendsnel. Dit keer brandde een nog groter deel van de stad af: driekwart ging verloren.

Het verwoeste Roermond werd herbouwd in steen: zevenhonderd huizen alleen al in 1665 en 1666. Sinds 1666 loopt Roermond elk jaar uit voor de stadsprocessie. Met grote kaarsen vragen de deelnemers Maria om bescherming tegen onheil.

Ontdek méér over de historie van Roermond in het Historiehuis

Alles over de 20 locaties

";