De voorsteden van Roermond

Een rijke stad zoals Roermond moest vechten voor zijn bestaan. Net zoals de meeste andere grotere steden was de stad sinds de Middeleeuwen ommuurd met dikke vestingwallen en stevige torens. Die moesten indringers en vijandige legers buiten de deur houden.

De stad had vier grote toegangspoorten in de stadsmuur. Toen de bevolking groeide, was er niet voor iedereen plaats in de stad. Net buiten de stadspoorten ontstonden kleine voorsteden van armoedige huisjes. Met af en toe een herberg voor reizigers die ’s avonds laat aankwamen als de poorten al dicht waren.

Eén van die voorsteden van Roermond was de Voorstad St. Jacob. Die gaf via de Brugpoort toegang tot de stad. De naam komt van de kapel van Sint-Jacobus de Meerdere, het ‘Witte Kerkje’ en haar voorlopers, die in de voorstad te vinden is. De kapel lag op de weg van Roermond naar Santiago de Compostela, in Spanje. Daar lagen de relieken van Sint-Jacobus totdat die verplaatst werden naar de kathedraal. Een pelgrimsroute, die tot de dag van vandaag gebruikt wordt.

Ontdek méér over de Voorstad St. Jacob

Alles over de 20 locaties